Context
Het programma Veilige Steden richt zich op het vergroten van de veiligheid van vrouwen en meisjes in de openbare ruimte en tijdens het uitgaan. Het gaat onder meer om het terugdringen van straatintimidatie en seksueel grensoverschrijdend gedrag, en om het versterken van steun en veiligheidsgevoelens.
Het programma Regenboogsteden richt zich op de sociale veiligheid en acceptatie van lhbtiq+ personen. Sociale veiligheid gaat daarbij niet alleen over het voorkomen van incidenten, maar ook over de vraag of mensen zich vrij voelen om zichzelf te zijn in het dagelijks leven: op straat, op school, op het werk, in de zorg, bij sport en in de eigen sociale kring.
De programma’s verschillen in doelgroep en geschiedenis, maar kennen ook duidelijke overeenkomsten. In beide gevallen ondertekenen deelnemende gemeenten een intentieverklaring, waarna ze een financiële bijdrage ontvangen vanuit het ministerie van OCW om interventies te ontplooien op dit thema. Movisie ondersteunt gemeenten met kennisdeling, handreikingen en bijeenkomsten.
De onderzoeken
De onderzoeken richtten zich op de volgende onderdelen:
1. We brachten in kaart hoe de programma’s en de beleidsontwikkeling in deelnemende gemeenten zich in deze periode hebben ontwikkeld. Daarbij onderzochten we welke beleidskeuzes gemeenten maakten, welke interventies zij inzetten en in hoeverre deelname aan de programma’s hieraan heeft bijgedragen.
2. We onderzochten wat bekend is over de impact van de inzet van gemeenten op de beoogde doelgroepen. Voor Veilige Steden ging het om de veiligheid van vrouwen en meisjes in de publieke ruimte en tijdens het uitgaan. Voor Regenboogsteden ging het om de veiligheid en sociale acceptatie van lhbtiq+ personen.
3. We brachten in kaart welke ambities en plannen gemeenten hebben voor de periode na 2026. Daarbij keken we naar de ervaringen die gemeenten tijdens hun deelname hebben opgedaan en naar de mate waarin zij de ingezette aanpak willen voortzetten, aanpassen of verder verankeren.
Voor beide evaluaties gebruikten wij een combinatie van onderzoeksmethoden:
• Documentanalyse: We analyseerden onder meer de intentieverklaringen, beschikbare communicatiematerialen en beleidsplannen van deelnemende gemeenten. Ook voerden we gesprekken met betrokken partijen en kennisorganisaties over de opzet, uitvoering en het doelbereik van de programma’s.
• Enquêtes: We zetten twee enquêtes uit onder alle Nederlandse gemeenten, zowel deelnemende als niet-deelnemende gemeenten. Gemeenten zijn ook gevraagd de enquête door te sturen naar hun lokale samenwerkingspartners.
• Kwantitatieve analyse: We maakten gebruik van openbaar beschikbare monitoringsinformatie over de veiligheid van vrouwen en meisjes en over de sociale acceptatie en veiligheid van lhbtiq+ personen.
• Doelgroeponderzoek: Voor Veilige Steden voerden we straatinterviews met vrouwen en meisjes over wat veiligheid voor hen betekent en wanneer zij zich wel of niet veilig voelen. Voor Regenboogsteden spraken we met lokale lhbtiq+ organisaties over veiligheid, sociale acceptatie en weerbaarheid.
• Casusonderzoek: We onderzochten een aantal interventies die binnen de programma’s worden toegepast. We spraken met uitvoerende partijen en bezochten enkele activiteiten. Zo woonden we onder meer een voorlichting van COC Haaglanden en een training van Emancipator bij.
Conclusies en bevindingen
Beide programma’s zijn over het algemeen doeltreffend. De intentieverklaringen, financiële bijdragen en inhoudelijke ondersteuning door Movisie helpen gemeenten om het thema lokaal te agenderen en om te zetten in beleid en uitvoering. Deelnemende gemeenten zetten vaker eigen middelen en capaciteit in, verankeren de thema’s vaker in lokaal beleid, werken vaker samen met lokale partners en zetten een breder palet aan interventies in dan gemeenten die niet deelnemen aan de programma’s.
Tegelijkertijd blijft de maatschappelijke impact van beide programma’s lastig precies vast te stellen. Landelijke cijfers laten zien dat de problematiek onverminderd relevant is. Vrouwen en meisjes ervaren disproportioneel vaak onveiligheidsgevoelens, straatintimidatie en seksueel grensoverschrijdend gedrag. Lhbtiq+ personen ervaren structureel meer onveiligheid en minder sociale acceptatie dan cis-heteroseksuele personen. Voor beide programma’s geldt echter dat op gemeentelijk niveau onvoldoende structurele en vergelijkbare monitoringsgegevens beschikbaar zijn, waardoor positieve ontwikkelingen niet eenduidig aan de programma’s kunnen worden toegeschreven.
De evaluaties laten wel zien dat de programma’s belangrijke randvoorwaarden voor resultaat creëren. Bij Veilige Steden rapporteren gemeenten onder meer meer bewustwording, sterkere samenwerking en meer aandacht voor preventie, omstanders, mannen en jongens. Bij Regenboogsteden zien we dat deelnemende gemeenten, vaker dan zelfbenoemde regenbooggemeenten en gemeenten zonder regenboogstatus, lokale netwerken opbouwen, beleid structureel borgen en verschillende interventies inzetten.
Ook de doelmatigheid van beide programma’s beoordelen wij over het algemeen positief. De opzet met centrale kennisdeling via Movisie, lokale beleidsvrijheid en samenwerking met lokale partners maakt het mogelijk om met relatief beperkte middelen lokaal beleid en uitvoering te stimuleren. De doelmatigheid kan verder worden versterkt door gemeenten gerichter te stimuleren om bewezen effectieve of aannemelijk effectieve interventies in te zetten. Ook meer samenwerking tussen gemeenten in dezelfde regio of binnen vergelijkbare netwerken kan helpen om kennis, capaciteit en middelen efficiënter te benutten.
Voor het vervolg zijn drie aandachtspunten van belang:
1. Er is betere monitoring nodig, bij voorkeur door aan te sluiten bij bestaande instrumenten.
2. Er is meer kennis nodig over welke interventies daadwerkelijk bijdragen aan de veiligheid van vrouwen en meisjes en de sociale acceptatie en veiligheid van lhbtiq+ personen.
3. Het is belangrijk om tijdig duidelijkheid te bieden over mogelijke continuering en financiering van de programma’s.
Vervolg
De huidige programma’s lopen tot eind 2026.
De evaluatierapporten zijn op 15 juni gedeeld met de Tweede Kamer.
Lees hier de volledige rapporten van de evaluaties van de programma’s Veilige Steden en Regenboogsteden.
Ervaring KWINK groep
Deze evaluaties sluiten aan bij onze ervaring met beleidsevaluaties op het snijvlak van diversiteit, inclusie en (sociale) veiligheid. Relevante opdrachten zijn onder meer het strategisch traject rondom de toekomstvisie en aanpak van Stichting Queer Mind, de ontwikkeling van een toekomstbestendig governancemodel voor Stichting Keti Koti Tafel, de evaluatie van het College voor de Rechten van de Mens, de ontwikkeling van een handreiking voor de Lokale Ketenaanpak Digitale Inclusie en de evaluatie van de Tekst- en Beeldbemiddelingsdienst.
Daarnaast heeft KWINK groep ruime ervaring met evaluaties waarin samenwerking tussen Rijk, gemeenten, kennisinstituten en maatschappelijke organisaties centraal staat.
Wilt u meer weten over deze evaluaties of heeft u een vraag over onderzoek naar lokaal beleid rond sociale veiligheid, inclusie en emancipatie? Neem dan contact op met Lara Janssen of Emma van den Aakster.