AI verandert het onderzoeks- en advieswerk in hoog tempo. Waar de technologie een jaar geleden nog vooral een experiment was, is het bij steeds meer bureaus doorgedrongen tot de dagelijkse praktijk. Maar die versnelling brengt ook een fundamentele vraag met zich mee: wat gebeurt er met de informatie die je invoert?
Voor KWINK is dat een cruciale vraag. Wij werken voor opdrachtgevers die rekenen op discretie; denk aan beleidsadvisering voor departementen, onderzoek voor toezichthouders en strategieontwikkeling voor maatschappelijke organisaties. De keuze voor een AI-platform is daarmee tegelijk een keuze over hoe je omgaat met het vertrouwen dat je krijgt.
“Wij willen onze opdrachtgevers kunnen garanderen dat hun informatie in Nederland blijft en niet wordt gebruikt voor het trainen van externe modellen”, zegt Maarten Noordink, partner bij KWINK groep. “Dat is geen bijzaak, het is een randvoorwaarde voor hoe wij werken.”
Nederlandse cloud als fundament
Soev.ai, het platform waarmee KWINK werkt, is ontwikkeld door het Rotterdamse Gradient en draait volledig op Nederlandse cloud-infrastructuur. Data verlaat de landsgrenzen niet. Er zijn geen koppelingen met grote internationale hyperscalers voor de verwerking van inhoud. Het platform voldoet aan de AVG en is ingericht op naleving van de EU AI Act en BIO-richtlijnen.
Daan Witte, oprichter van Gradient en soev.ai, ziet de samenwerking met KWINK als een bewijs dat soevereine AI en serieuze adviesondersteuning niet hoeven te botsen. “De aanname is vaak dat je moet kiezen: óf krachtige AI, óf databescherming. Wij laten zien dat dat niet zo hoeft te zijn.’
Dat onderscheidt soev.ai van de meeste gangbare AI-assistenten, die draaien op infrastructuur van grote Amerikaanse techbedrijven. “Je hoeft geen namen te noemen om het punt te maken”, aldus Maarten. “Organisaties die bewust kiezen voor Nederlandse of Europese cloud doen dat omdat ze weten wat er op het spel staat als dat niet zo is.”
Van pilot naar praktijk
De samenwerking begon eind 2025 met een drie maanden durende pilot waarbij 28 medewerkers van KWINK toegang kregen tot het platform. De eerste fase was bewust verkennend: documentatie doorzoeken, een prompt library opbouwen, basisfunctionaliteiten leren kennen.
De lessen waren helder. AI heeft alleen toegevoegde waarde als de kwaliteit en betrouwbaarheid heel hoog is; aan 80%-antwoorden heb je weinig. Adoptie vraagt om ruimte om te experimenteren, om fouten te maken, en om te ontdekken wat de technologie wél en níet kan. Dat inzicht stuurt de aanpak in de vervolgfase.
“We gaan nu echt hands-on aan de slag”, legt Maarten uit. “Kleine groepen collega’s verkennen samen concrete use cases. Van daaruit bouwen we AI-assistenten die zijn afgestemd op hoe wij ons werk doen.”
Daan herkent het patroon. “Bij elke organisatie die we onboarden zien we hetzelfde: de technologie is niet het struikelblok, de gewoonte wel. Zodra mensen ontdekken dat het platform hen helpt bij iets wat ze morgen moeten doen, kantelt het.”
Een bredere beweging
De keuze van KWINK past in een bredere ontwikkeling binnen de adviesbranche en de publieke sector. Aanbestedingen stellen steeds vaker eisen aan de locatie van data en de naleving van Europese regelgeving. Opdrachtgevers vragen actief naar de AI-inzet van onderzoeksbureaus.
“Wij merken dat dit gesprek steeds eerder in het traject wordt gevoerd”, zegt Maarten. “Twee jaar geleden was data-soevereiniteit een technisch detail. Nu staat het op de agenda van de directie.”
Voor KWINK is soev.ai daarmee niet langer een experiment, maar de basis van een AI-strategie die aansluit op wie we zijn: een adviesbureau dat het publieke belang en de vertrouwensrelatie met zijn opdrachtgevers serieus neemt.