KWINK groep 

Janine Mulder

jmulder@kwinkgroep.nl
+31 6 1032 7935

Meer over Janine

Vaardigheden van jongeren in Nederland

Hoe kun je iets zeggen over de vaardigheden van jongeren in Nederland in vergelijking met andere landen? Deze week kwamen de resultaten naar buiten van het PISA-onderzoek over 2018 naar de vaardigheden van jongeren op het gebied van lezen, wiskunde en natuurwetenschappen. In dit artikel lichten we de achtergrond van het onderzoek toe en bespreken we de meest opvallende resultaten en het effect van dit onderzoek. Tot slot vertellen we hoe we gebruik maken van deze informatie in onze onderzoeken.

PISA-onderzoek

Een van de langlopende onderzoeken naar de vaardigheden van jongeren is het PISA-onderzoek. Dit onderzoek is in 2018 voor de zevende keer uitgevoerd door de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling). Het onderzoek is ontstaan vanuit het idee om kennis en vaardigheden van jongeren direct te toetsen door een methode waar internationaal overeenstemming over is en dat te combineren met data uit andere landen. In het onderzoek wordt eens in de drie jaar informatie opgevraagd bij 60.000 jongeren in 79 landen. Het onderzoek richt zich op de vaardigheden van jongeren op het gebied van lezen, wiskunde en natuurwetenschappen. Deze drie vaardigheden genereren een cijfer dat vaak wordt gebruikt voor de kwalificatie van het onderwijs. Ook kan het worden ingezet voor de vorming van onderwijsbeleid.

Jongeren vullen de test zelf in met vragen over wat ze weten. Ook worden vragen gesteld die toetsen wat de jongeren kunnen met wat ze weten. Jongeren zijn in het PISA-onderzoek 15 jarigen. Er is gekozen voor deze leeftijd omdat de meeste jongeren dan nog steeds deelnemen aan het formele onderwijs. Aan de steekproef van PISA nemen jongeren deel die ingeschreven staan bij een onderwijsinstelling met het cijfer 7 of hoger. Kanttekening is dat niet alle potentiële deelnemers daadwerkelijk zijn beoordeeld. Per land nemen tussen de 4.000-6.000 jongeren deel.

Om te kunnen interpreteren wat de scores inhoudelijk betekenen, zijn PISA-schalen onderverdeeld in vaardigheidsniveaus. Voor PISA 2018 wordt de moeilijkheid van leestaken bijvoorbeeld weergegeven door acht niveaus van leesvaardigheid (1a, 1b, 1c en 2 tot en met 6). Per niveau zijn beschrijvingen gemaakt om te definiëren welke soort kennis en vaardigheden nodig zijn om de taken van dat niveau succesvol te voltooien. Niveau 1c bevat de eenvoudigste taken waarin wordt beoordeeld of lezers de betekenis van korte, eenvoudige zinnen op letterlijk niveau begrijpen. Niveau 6 bevat de moeilijkste taken. Op dit niveau kunnen lezers lange en abstracte teksten begrijpen waarin de relevante informatie bijvoorbeeld alleen indirect verband houdt met de taak. Lezers kunnen reflecteren en conclusies formuleren op basis van de tekst. Niveau 2 wordt in het PISA-onderzoek gezien als het minimum dat je nodig hebt om te kunnen deelnemen in de samenleving.

Het onderzoek is langlopend en kan dus ook vergelijkingen maken met resultaten uit voorgaande jaren. Het onderzoek geeft geen inzicht in de oorzaken van dalingen of toename van de vaardigheden.

Opvallendheden uit het onderzoek

  • Er is geen significant verschil in de scores op het gebied van leesvaardigheid, wiskunde en natuurwetenschap van jongeren in Nederland ten opzichte van het gemiddelde van de deelnemende OESO-landen. 76% van de jongeren behaalde ten minste niveau 2 van de leesvaardigheid (ten opzichte van het OESO-gemiddelde van 77%). Met een score in de test op niveau 5 of 6 behoort 9% van de Nederlandse jongeren tot de ‘top performers’ als het gaat om de leesvaardigheid (hetzelfde als het OESO-gemiddelde).
  • Wel is de leesvaardigheid van Nederlandse scholieren gedaald sinds 2012. In 2015 bevond Nederland zich nog boven het OESO-gemiddelde terwijl Nederland in 2018 net onder het gemiddelde uitkomt. Bij het lezen werd geen achteruitgang waargenomen bij de best presterende jongeren, maar wel snelle dalingen bij de laagst presterende jongeren. Het percentage jongeren dat scoort onder niveau 2 groeide met bijna 10 procentpunten bij lezen vergeleken met 2009.
  • In Nederland hebben sociaal-economisch bevoordeelde jongeren hoger gescoord dan kansarme studenten als het gaat om de leesvaardigheid. De sociaal-economische status van jongeren was een sterke voorspeller van prestaties in wiskunde en natuurwetenschap in alle PISA deelnemende landen. Het verklaarde 14% van de variatie in wiskundeprestaties in PISA 2018 in Nederland en 13% van de variatie in natuurwetenschappelijke prestaties.

Effect van dit onderzoek in de praktijk

Naar aanleiding van het onderzoek hebben de ministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob (onderwijs) opgeroepen tot een ‘leesoffensief’ om voorlezen en lezen onder jongeren te stimuleren. Dat sluit aan bij adviezen van de Raad voor Cultuur en de Onderwijsraad die eerder vroegen voor meer aandacht én geld voor het bevorderen van leesplezier. Er komt nog geen geld beschikbaar vanuit het ministerie. In de praktijk zien wij al dat bibliotheken in samenwerking met scholen bezig zijn met deze thema’s en dat moedigen we zeker aan. Een voorbeeld daarbij is het leesbevorderingsprogramma Kunst van Lezen met onderdelen BoekStart en de Bibliotheek op School.

Hoe gebruiken we deze informatie?

KWINK groep voert vaak onderzoeken uit die gaan over evaluatie van wet, beleid en regelgeving. Onderdeel van deze onderzoeken is het in kaart brengen van de context waarin de organisatie zich begeeft. Voor het in kaart brengen van deze context voeren we analyses uit van ontwikkelingen die spelen én proberen we feitelijkheden te verzamelen. Het PISA-onderzoek is een belangrijke en relevante bron voor deze feitelijkheden. In het PISA-onderzoek is nog veel meer informatie te vinden dan wij in dit artikel hebben kunnen bespreken. Denk bijvoorbeeld aan de verschillen tussen jongens en meisjes als het gaat om scores bij leesvaardigheid of over hoe jongeren het schoolleven ervaren. Bent u al in deze onderzoeken en de resultaten daarvan gedoken? Wij gaan graag met u in gesprek over wat u met deze waardevolle informatie kunt. Neemt u hiervoor gerust eens contact op met Janine Mulder.

Over KWINK groep

Adviesbureau voor maatschappelijke vraagstukken. We ontwikkelen beleid en voeren het uit. We evalueren wetgeving, beleid en organisaties en zijn sterk in het begeleiden van resultaat- en effectmeting. Dat doen we met enthousiasme. Wij zijn leergierig, inlevend en durven te confronteren.

KWINK groep website