KWINK Groep

Nassaulaan 1
2514 JS Den Haag

+31 (0)70 35 96 955
info@kwinkgroep.nl
Contact
Case

Meten is weten, maar hoe wordt flexibiliteit geborgd in de cultuur sector?

“Subsidiekaders worden steeds specifieker, prestatie-eisen preciezer en het gewicht van kwantitatieve indicatoren neemt toe. Dat staat in contrast met de nieuwe verbindingen die kunstenaars en culturele instellingen aangaan”,  aldus de Raad voor Cultuur.  Regelgeving De Raad voor Cultuur publiceerde op 26 juni 2014 de Cultuurverkenning. Hierin schetst de Raad trends en ontwikkelingen in de cultuursector. […]

25 juli 2014

“Subsidiekaders worden steeds specifieker, prestatie-eisen preciezer en het gewicht van kwantitatieve indicatoren neemt toe. Dat staat in contrast met de nieuwe verbindingen die kunstenaars en culturele instellingen aangaan”,  aldus de Raad voor Cultuur. 

Regelgeving

De Raad voor Cultuur publiceerde op 26 juni 2014 de Cultuurverkenning. Hierin schetst de Raad trends en ontwikkelingen in de cultuursector. Een van de trends is de toename van regelgeving. Subsidieregelingen voor kunstenaars worden steeds specifieker, vaak met sterk afgebakende categorieën, subsidiebedragen en harde prestatie-eisen. De behoefte onder subsidieverstrekkers aan meer controle en kwantitatieve indicatoren omtrent o.a. uitvoeringsmogelijkheden, publieksbereik en inkomsten lijkt toe te nemen. Cultuurbeleid wordt steeds meer gedreven door economische rationaliteit en minder door cultuurpolitieke uitgangspunten, zo stelt de Raad.

Belang van flexibiliteit voor kunstenaars

Deze beweging staat in contrast met recente ontwikkelingen binnen het cultuurveld, aldus de Raad voor Cultuur. Kunstenaars en instellingen gaan steeds meer horizontale verbindingen met elkaar aan, over grenzen van disciplines heen. In het onderzoek naar talentontwikkeling, dat KWINK groep uitvoerde, gaven kunstenaars aan dat het soms lijkt alsof ze een bedrijfsplan moeten schrijven, bij het indienen van een aanvraag voor subsidie. Zij hebben het gevoel dat hun flexibiliteit en ruimte voor experimenteren steeds meer verdwijnt, doordat zij hun aanpak en beoogd resultaat van tevoren moeten vastleggen. Daarnaast zijn gesprekspartners van mening dat een gestandaardiseerde set van beoordelingscriteria voor het toekennen van de subsidies vaak niet op hun werkpraktijk van toepassing is. Volgens de Raad zou de beoordeling van subsidieaanvragen op een flexibelere manier moeten worden uitgevoerd, op zo’n manier dat meer rekening kan worden gehouden met de situatie van individuele kunstenaars en culturele instellingen.

De overheid staat hiermee voor een lastige afweging: het bieden van artistieke vrijheid aan kunstenaars versus de meetbaarheid van prestaties. Dit vraagt mogelijk om een alternatieve manier van prestatiemeting. Goede prestatie-indicatoren zijn meetbaar, toerekenbaar en relevant. Maar, hoe kun je een beoordelingssysteem op zo’n manier inrichten dat ook flexibiliteit geborgd is?

KWINK heeft veel onderzoeken uitgevoerd naar prestatiemeting. Zo hebben we in opdracht van het Ministerie van OCW een verkenning uitgevoerd naar mogelijke indicatoren voor monitoring en sturing op ondernemerschap van BIS gezelschappen. Daarnaast hebben we de aanvragen van instellingen gericht op cultuurparticipatie geanalyseerd op ondernemerschap.

Gerelateerde onderwerpen

Inzichten